Voorband van een geparkeerde auto op een klinkerstraat

Banden langer laten meegaan: 7 praktische tips

Wilt u uw banden langer laten meegaan? Dat kan met een paar eenvoudige gewoonten: de bandenspanning op peil houden, de banden op tijd van voor naar achter wisselen en rustig rijden. Daarmee bespaart u op nieuwe banden en op brandstof, en uw auto blijft veiliger remmen en sturen. Hieronder leest u zeven tips die u grotendeels zelf kunt toepassen.

In het kort

  • Controleer de bandenspanning elke maand en voor een lange rit, met koude banden.
  • Kijk regelmatig naar het profiel en naar beschadigingen. Wettelijk is minimaal 1,6 mm profiel verplicht.
  • Wissel de banden elke 8.000 tot 10.000 kilometer van voor naar achter.
  • Laat de wielen uitlijnen en balanceren als de auto trekt of het stuur trilt.
  • Rijd rustig: hard remmen, fel optrekken en snel bochtenwerk kosten rubber.

1. Controleer de bandenspanning elke maand

De bandenspanning heeft de meeste invloed op de levensduur van een band. Een te zachte band vervormt meer, wordt warm en slijt snel aan de buitenranden. Ook verbruikt de auto dan meer brandstof. Een te harde band slijt juist in het midden en heeft minder grip.

Meet de spanning minstens één keer per maand en voor elke lange rit. Doe dat met koude banden, dus voordat u een eind gereden heeft. De juiste waarde staat in het instructieboekje en meestal ook op een sticker in de deurstijl of aan de binnenkant van het tankklepje. Let op: met een volle auto of een aanhanger geldt vaak een hogere waarde.

Bandenspanning controleren met een drukmeter op het ventiel
Meet de bandenspanning met koude banden, minstens één keer per maand.

Meer achtergrond leest u in ons artikel waarom het belangrijk is de bandenspanning te controleren.

2. Kijk naar het profiel en naar beschadigingen

Loop af en toe om de auto heen en bekijk de banden. Let op drie dingen:

  • Profieldiepte. In Nederland is 1,6 mm in de hoofdgroeven het wettelijke minimum; daaronder wordt de auto ook afgekeurd bij de APK. Op nat wegdek neemt de grip al eerder af. Daarom is het verstandig zomerbanden rond de 3 mm te vervangen en winterbanden rond de 4 mm.
  • Ongelijke slijtage. Een band die aan één kant harder slijt, wijst vaak op een verkeerde uitlijning of een verkeerde bandenspanning.
  • Schade. Scheurtjes, een bobbel in de zijwand of een spijker in het loopvlak verdwijnen niet vanzelf. Laat dit snel bekijken.
Profieldiepte van een autoband meten met een profieldieptemeter
Met een profieldieptemeter ziet u in een paar seconden hoeveel profiel er nog op zit.

3. Wissel de banden van voor naar achter

Voorbanden slijten anders dan achterbanden. Bij de meeste auto’s doen de voorwielen het stuurwerk, het meeste remwerk en vaak ook de aandrijving, waardoor ze sneller slijten. Door de banden elke 8.000 tot 10.000 kilometer van as te wisselen, slijten alle vier gelijkmatig en gaat de set als geheel langer mee. Rijdt u met zomer- en winterbanden, dan is de seizoenswissel daar een goed moment voor.

4. Laat de wielen uitlijnen en balanceren

Staan de wielen niet goed uitgelijnd, dan schuurt de band bij elke kilometer een klein beetje over het asfalt. U merkt dat aan een auto die naar één kant trekt, een stuur dat scheef staat bij rechtuit rijden of banden die aan één rand kaal worden. Een flinke stoeprand of een diepe kuil is vaak genoeg om de uitlijning te verstoren.

Trilt het stuur bij een bepaalde snelheid, dan is een wiel waarschijnlijk uit balans. Dat geeft onregelmatige slijtage en belast ook de wielophanging. Laat de wielen balanceren bij nieuwe banden en zodra u trillingen voelt.

5. Rijd rustig en vooruitziend

Uw rijstijl bepaalt voor een groot deel hoe snel het rubber verdwijnt. Hard remmen, fel optrekken en met snelheid door bochten gaan kosten alle drie veel profiel. Wie op tijd gas loslaat en soepel stuurt, doet langer met zijn banden en rijdt ook zuiniger. Mijd waar het kan kuilen en stoepranden, en rijd rustig over drempels: een harde klap kan de zijwand van de band inwendig beschadigen.

6. Sla seizoensbanden goed op

Banden die een half jaar stilliggen, verouderen ook. Bewaar ze schoon en droog, op een koele en donkere plek, uit de buurt van olie, brandstof en oplosmiddelen. Losse banden zet u rechtop en draait u af en toe een stukje. Banden op velg kunt u liggend stapelen of ophangen. Noteer bij het wisselen op welke positie elke band zat, dan kunt u ze het volgende seizoen meteen van as wisselen.

7. Houd de leeftijd van de band in de gaten

Rubber wordt met de jaren harder en kan gaan scheuren, ook als er nog genoeg profiel op zit. Op de zijwand staat een code van vier cijfers die de productieweek en het productiejaar aangeeft: 2321 betekent week 23 van 2021. Laat banden van zes jaar en ouder elk jaar nakijken, en vervang banden die scheurtjes vertonen.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak moet ik de bandenspanning controleren?

Minstens één keer per maand en voor elke lange rit, met koude banden. Een band verliest altijd langzaam wat lucht, ook als hij niet lek is.

Wanneer moet ik mijn banden vervangen?

In elk geval voordat het profiel onder de wettelijke 1,6 mm komt. Voor een goede grip op nat wegdek kunt u zomerbanden beter rond de 3 mm vervangen en winterbanden rond de 4 mm. Vervang een band ook bij scheurtjes of een bobbel in de zijwand.

Waaraan merk ik dat mijn auto uitgelijnd moet worden?

De auto trekt naar links of rechts, het stuur staat scheef terwijl u rechtuit rijdt, of de banden slijten aan één kant harder dan aan de andere.

Twijfelt u over uw banden?

Ziet u ongelijke slijtage, een beschadiging of weet u niet zeker of er nog genoeg profiel op zit? Bel Valcars op 0348-763874 of kom langs aan de Lopikerweg Oost 53D in Lopik. We kijken er graag even naar. Bij een onderhoudsbeurt of APK controleren we de banden altijd; lees ook over de voordelen van een zomer- en wintercheck.